Vooruitstrevende zorgverleners, patiënten en niet in de laatste plaats Philips moeten nog even geduld hebben, voordat Nederlanders massaal overstappen op e-health. Het kabinet is namelijk nog geen steek verder gekomen met zijn doelstellingen om de (digitale) communicatie tussen zorgverleners en patiënten makkelijker te maken.
Bij eHealth wordt bijvoorbeeld zorginformatie via de smartphone of de pc gedeeld en kan er zo makkelijker zorg op afstand worden geboden. Daarmee kunnen de kosten van de zorg binnen de perken blijven en kan de kwaliteit verder omhoog.
Acquisities in e-health
Voor Philips, dat zich sinds de afsplitsing van de lichtdivisie volledig op gezondheidstechnologie richt, is het één van de speerpunten voor toekomstige groei. Topman Frans van Houten zei woensdag tegenover persbureau Bloomberg dat hij op dit terrein ook acquisities overweegt van rond €1 mrd.
Minister Schippers (Volksgezondheid) formuleerde vorig jaar een aantal harde doelstellingen om patiënten meer inzicht in het eigen zorggebruik te geven. Zo zou 80% van de chronisch zieken in 2019 direct online toegang moeten hebben tot bepaalde medische gegevens. Ook zou iedereen die zorg aan huis krijgt 24 uur per dag digitaal contact op moeten kunnen nemen met een zorgverlener.
Niets veranderd
Uit een eerste evaluatie van het e-health expertisecentrum Nictiz, dat gefinancierd wordt door het ministerie van Schippers, blijkt echter dat er sinds de nulmeting van een jaar geleden niets is veranderd. Net als vorig jaar heeft slechts 10% van de chronisch zieken inzage in de eigen medische gegevens en kan 5% van de mensen die thuis zorg ontvangen digitaal contact met de arts hebben.
’De urgentie is er wel, maar er is nog veel te doen. We moeten snel schakelen’, reageerde Jeroen Tas, bij Philips verantwoordelijk voor de activiteiten rond e-health op het Nictiz-onderzoek. Hij wees op de positieve benadering van beleidsmakers en diverse andere spelers in de zorg. Ook patiënten staan er meer en meer voor open. ’De vraag is er, patiënten moeten dit gewoon afdwingen.’
Tas sprak woensdag op een e-health-congres in Amsterdam, waar Philips een eigen grootschalig onderzoek onder patiënten en zorgprofessionals presenteerde. Daaruit bleek eveneens dat Nederland met de aanvaarding van e-health-systemen in de wereld achterloopt bij het gemiddelde. Vooral in opkomende economieën blijkt de acceptatiegraad hiervan hoger.
Geen groei à la Airbnb of Uber
Mogelijke verklaring hiervoor is dat de bestaande zorg een hinderpaal is voor vernieuwing. Zo werkt volgens Tas het huidige vergoedingssysteem niet mee. Zorgstelsels in het westen zijn veelal georganiseerd op basis van vergoedingen per verrichte behandelingen en procedures. ’Niet op basis van uitkomsten’, aldus Tas. Hij doelt daarmee zoal op succes bij de behandeling of het voorkomen van ziekte. Hij erkent dat het op zijn kop zetten van het zorgstelsel niet eenvoudig zal zijn.
’We zijn natuurlijk niet zo naïef dat we denken dat het net zo snel zou gaan als met de groei van Airbnb of Uber’, reageert Tas op de afwachtende opstelling in Nederland. ’Maar het gaat wel gebeuren. De resultaten zijn hiervoor te duidelijk. De wil is er, ik zie dit echt wel gebeuren.’
Het ministerie van VWS biedt voor de verdere ontwikkeling van e-health een steun in de rug. Minister Schippers, woensdag eveneens aanwezig in Amsterdam, maakte bekend de komende vier jaar €20 mln uit te trekken voor de stimulering hiervan.
Bron: Financieel Dagblad